AOW en ANW algemeen
De AOW (Algemene Ouderdomswet) is een basispensioen voor mensen die 65 jaar of ouder zijn. Daarnaast kent de AOW een toeslag voor partners jonger dan 65 jaar, die lage eigen inkomsten of helemaal geen inkomsten hebben. Welk bedrag u krijgt hangt af van uw woonsituatie en hoeveel jaren u voor de AOW verzekerd bent geweest.
• Hoeveel AOW-pensioen krijgt u later • Woonsituatie • AOW-toeslag Hoeveel AOW-pensioen krijgt u later
Welk bedrag u precies aan AOW krijgt, is nu nog niet te zeggen. Dat hangt af van het aantal jaren dat u verzekerd bent geweest voor de AOW en hoe uw huishouden is samengesteld. Ook de leeftijd van uw eventuele partner speelt een rol. Meer informatie hierover vindt u verder op deze pagina. Opbouw van uw AOW-pensioen De meeste mensen die in Nederland wonen of werken, zijn verzekerd voor de AOW. Ieder verzekerd jaar levert u 2% AOW-pensioen op. U krijgt een volledig AOW-pensioen als u van uw 15e tot uw 65e verjaardag verzekerd bent geweest. Voor ieder niet-verzekerd jaar wordt uw AOW-pensioen met 2% gekort. Meestal bent u niet verzekerd als u buiten Nederland heeft gewoond of gewerkt. Voorkom een onvolledig pensioen
Als u buiten Nederland gaat wonen of werken bent u dus meestal niet meer verzekerd voor de AOW. Soms blijft u wel verzekerd, bijvoorbeeld bij detachering door uw werkgever. Gaat u zelf werken voor een niet-Nederlandse werkgever, dan kunt u kiezen voor vrijwillige verzekering. Als u zich later in Nederland heeft gevestigd Bent u na uw 15e jaar naar Nederland gekomen of komen uw partner of kinderen na hun 15e jaar (terug) in Nederland, dan kunt u de jaren waarvoor geen pensioen is opgebouwd aanvullen. U kunt alsnog de premie betalen voor de ontbrekende jaren. Dit heet inkoop. Woonsituatie
Behalve van het aantal jaren dat u verzekerd bent geweest, is de hoogte van uw AOW-pensioen ook afhankelijk van uw woonsituatie. De AOW kent pensioenbedragen voor alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden. De AOW maakt geen verschil tussen gehuwden, mensen die een geregistreerd partnerschap voeren en ongehuwden die een gezamenlijke huishouding met iemand anders voeren. U voert een gezamenlijke huishouding als u met één andere meerderjarige persoon een woning deelt en allebei een bijdrage levert in de kosten van de gezamenlijke huishouding of op andere wijze voor elkaar zorgt. Als u uitsluitend met uw eigen kind of met uw vader of moeder een gezamenlijke huishouding voert wordt u als alleenstaand beschouwd.
AOW-toeslag
Is uw partner nog geen 65? Hij of zij krijgt nog geen AOW. Daarom ontvangt u een extra bedrag boven op uw AOW-pensioen. Dit extra bedrag heet een toeslag. Het kan zijn dat uw partner inkomsten heeft. Bijvoorbeeld omdat hij of zij werkt of vervroegd met pensioen is. Deze inkomsten trekt de SVB van de toeslag af. Welke inkomsten gaan van uw toeslag af?
• Loon en andere inkomsten uit arbeid. Deze inkomsten trekken wij gedeeltelijk van de toeslag af. De eerste € 195,12 van het maandsalaris trekken we niet af. Het salaris daarboven trekken we voor tweederde van uw toeslag af. Verdient uw partner meer dan € 1.175,72 per maand? Dan krijgt u geen toeslag meer.
• Inkomsten in verband met arbeid, zoals een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een vervroegd pensioen. Deze inkomsten trekken wij volledig van de toeslag af. Ontvangt uw partner bruto meer dan € 653,73 per maand? Dan krijgt u geen toeslag meer. Welke inkomsten gaan niet van uw toeslag af?
Inkomsten uit vermogen, zoals rente of dividend trekken wij niet van de toeslag af. Buiten Nederland gewoond of gewerkt? Heeft uw partner buiten Nederland gewoond of gewerkt? Dan is hij of zij meestal niet verzekerd voor de AOW. Voor elk jaar dat uw partner niet verzekerd is, gaat er 2% van de toeslag af. Toeslag vervalt in 2015
Wordt u 65 op of na 1 januari 2015? En wordt u eerder 65 dan uw partner? Dan krijgt u geen toeslag. De toeslag wordt op 1 januari 2015 afgeschaft. Bent u nu al 65? Of wordt u dat voor 1 januari 2015? Dan krijgt u nog gewoon een toeslag. De toeslag loopt door totdat uw jongere partner zelf 65 wordt, ook al is dat na 2015.
Wat betekent het afschaffen van de toeslag?
Als u op of na 1 januari 2015 als eerste 65 wordt, ontvangt u alleen uw deel van het AOW-pensioen. Uw inkomen kan hierdoor tijdelijk lager zijn. Dat zal het geval zijn als uw partner geen eigen inkomsten heeft. Hoe lang u samen minder inkomen heeft, ligt aan het leeftijdsverschil tussen u en uw partner. Bent u bijvoorbeeld twee jaar ouder, dan ontvangt u samen twee jaar lang alleen uw AOW-pensioen.
Welke maatregelen kunt u nemen?
Een tijdelijke teruggang in inkomen kunt u voorkomen door nu al maatregelen te nemen. Er zijn verschillende mogelijkheden: • Uw partner gaat werken. • U gaat sparen op een gewone spaarrekening. • U schaft een spaarverzekering aan of u gaat beleggen. Laat u hierbij goed adviseren door een financieel deskundige. Nabestaandenuitkering ANW
De nabestaandenuitkering Anw is een financiële ondersteuning van de overheid na het overlijden van een partner of ouders. De Sociale Verzekeringsbank voert de Anw namens de overheid uit. Als uw partner is overleden heeft u mogelijk recht op een Nabestaandenuitkering Anw. Met de wizard kunt u nagaan of u in aanmerking komt. Ook wezen kunnen in aanmerking komen voor een uitkering. De nabestaandenuitkering
Als nabestaande komt u in aanmerking voor een uitkering als u jonger bent dan 65 jaar en uw partner op de datum van overlijden verzekerd was voor de Anw. Daarnaast moet u ook aan één van de volgende voorwaarden voldoen:
• u bent geboren voor 1950, of • u heeft een kind onder de 18 jaar, of • u bent voor tenminste 45% arbeidsongeschikt.
Als deze voorwaarden niet voor u van toepassing zijn, dan kunt u nog in aanmerking komen voor een uitkering als door het overlijden een kind jonger dan 18 jaar bij u komt wonen. De Anw maakt geen onderscheid tussen gehuwden, geregistreerd partners of samenwonenden. Ook als u gescheiden bent van de overledene kunt u mogelijk in aanmerking komen voor een uitkering. De hoogte van de Anw-uitkering is afhankelijk van uw inkomen. De wezenuitkering Een weeskind komt in aanmerking voor een uitkering als beide ouders zijn overleden en de laatst overleden ouder op de datum van overlijden verzekerd was voor de Anw. De wees moet jonger zijn dan 16 jaar. • Bijverdienen met uw ANW:
• Uw Anw-uitkering is "inkomensafhankelijk". Dit betekent dat uw inkomsten worden gekort op uw Anw-uitkering. Maar, dat is wel afhankelijk van het soort inkomen dat u hebt. Die korting zit nogal ingewikkeld in elkaar. Om te beginnen kijken wij naar het soort inkomen. Er zijn vier mogelijkheden.
• U werkt en hebt daardoor inkomen. Bijvoorbeeld een baan waar u loont voor ontvangt. Dit heet 'inkomen uit tegenwoordige arbeid'. Van dit inkomen wordt een gedeelte niet gekort op uw Anw-uitkering. Het deel dat niet wordt gekort bestaat uit: - 50% van het bruto minumumloon (vanaf 1 januari 2007 gaat het om € 650,40), plus - een derde deel van wat u meer verdient dan 50% van het bruto minumumloon. Het overige inkomen wordt volledig gekort op uw Anw-uitkering. Inkomen uit arbeid is ook: een VUT-uitkering, freelance-inkomsten of winst uit onderneming.
• U hebt een uitkering. Bijvoorbeeld vanwege werkloosheid (WW) of arbeidsongeschiktheid (WAO). Dit heet 'inkomen uit vroegere arbeid'. Deze soort inkomen wordt volledig gekort op uw Anw-uitkering. Anders gezegd: iedere euro die u ontvangt, trekken wij af van uw Anw-uitkering.
• U hebt een baan met salaris en daarnaast ontvangt u nog een uitkering. Voor iedere soort inkomen geldt de daarbij horende kortingsregeling. Uw salaris wordt gedeeltelijk gekort op uw Anw-uitkering en uw uitkering volledig.
• U heeft een ander soort inkomen. Bijvoorbeeld uit vermogen of beleggingen. Dit soort inkomen wordt niet gekort op uw Anw-uitkering. Ook een ander nabestaandenpensioen dat u ontvangt voor uw overleden partner, wordt niet gekort. Voor meer informatie kunt u de website van het SVB raadplegen, http://www.svb.nl/
|